“Het mag best een beetje pijn doen”

Weerstand is geen reden om iets niet te doen. Sterker nog, voor museumdirecteur Stanley Bremer mag zakendoen best een beetje spannend zijn. “Anders gebeurt het niet.” Dat zijn museumcollega’s regelmatig de noodklok luiden over zijn plannen, dat hoort er dan ook bij. Voor Rijnmond Staat Stil sprak ik een uur met Bremer.

Bremer, alweer tien jaar directeur van het Rotterdamse Wereldmuseum, opereert op een manier die opzien baart in de museumwereld: hij combineert commercie en cultuur. Zo haalde hij na een verbouwing letterlijk een sponsor  in huis: een reisorganisatie mocht een winkel openen in het museum. En nu wil Bremer een deel van zijn collectie verkopen, om van de rente zijn museum overeind te houden.

Stanley Bremer, directeur van het Wereldmuseum

Pretfabriek
Cultureel ondernemen, dat is wat Bremer doet. Collega museumdirecteuren vinden de plannen van Bremer regelmatig te ver gaan (1, 2 en 3). Hij zou een ‘pretfabriek’ van zijn museum maken. Het zou meer een ‘cafeum’ worden, omdat er meer horeca in het gebouw kwam. “Hij verkoopt zijn ziel aan de duivel, dat vond ik ook altijd een mooie,” voegt Bremer er zelf nog aan toe. Ondertussen ziet het Wereldmuseum de bezoekersaantallen de afgelopen jaren wel toenemen en komt er ook steeds meer waardering voor de Rotterdamse aanpak.

Hoe gaat Bremer om met alle weerstand tegen zijn dwarse ideeën? Is het nou echt wel zo’n goed plan om je eigen collectie te verkopen? En zou hij niet beter wat vaker kunnen samenwerken, dan steeds de confrontatie aan te gaan? Stanley Bremer vertelt in Rijnmond Staat Stil over samenleven, hippie-idealen, doordouwen en het museum als BV.


Gebruikers van een iPad/iPhone (zonder Flash) kunnen de uitzending met Stanley Bremer  downloaden.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Vul het ontbrekende cijfer in bij de volgende berekening: *